Per 1 juni 1999 is de wetgeving rondom pensioenen ingrijpend gewijzigd. Dit wordt ook wel de wet Witteveen genoemd. Uiterlijk op 1 juni 2004 dienen alle op 1 juni 1999 bestaande pensioencontracten aan de nieuwe wetgeving aangepast te zijn. Naast aanpassing van de pensioenregeling aan de nieuwe wetgeving is er ook op andere gebieden het nodige gewijzigd. Zo dienen mannen en vrouwen binnen pensioenregelingen gelijk behandeld te worden. Ook mag niet langer onderscheid worden gemaakt tussen werknemers met een tijdelijk contract en werknemers met een contract voor onbepaalde tijd.
De aanpassing van de pensioenregeling is noodzakelijk en voorkomt dat de regeling fiscaal als onzuiver wordt aangemerkt en u als werkgever extra zal worden aangeslagen.
Uiteraard ondersteunen wij u bij het aanpassen van uw pensioenregeling. Dymas Adviesgroep beschikt hiervoor een op maat gesneden pensioenchecklist. Graag zullen wij u in een persoonlijk gesprek de mogelijkheden verder toelichten. Neem contact op met ons kantoor of reageer via het reactieformulier.
Mag een pensioenregeling zomaar gewijzigd worden? De pensioenregeling is een overeenkomst tussen werkgever en werknemer. Deze overeenkomst mag in principe niet éénzijdig gewijzigd worden. In de meeste regelingen is echter een voorbehoud opgenomen welke het mogelijk maakt om de pensioentoezegging zonder instemming van de deelnemer te wijzigen in geval van ingrijpende wijziging van omstandigheden. Het wijzigen van de regeling als gevolg van dwingend voorgeschreven (fiscale) wetgeving, zoals bijvoorbeeld het “Witteveen-proof” maken van de regeling, valt daar ook onder.
Een (neerwaartse) aanpassing van de pensioenregeling als gevolg van het “Witteveen-proof” kan meestal geneutraliseerd worden door de regeling op een ander punt weer te verruimen. Zo kan bijvoorbeeld een gedwongen verlaging van het beschikbare premiepercentage voor deelnemers met de leeftijd 20 t/m 24 gecompenseerd worden door de franchise te verlagen tot maximaal de Witteveen-franchise en/of het opbouwpercentage van de hogere leeftijdsklassen te verhogen. Redelijkheid en billijkheid brengen met zich mee dat de werkgever geacht wordt om een (neerwaartse) aanpassing zo veel mogelijk te neutraliseren. Dat is dan ook de reden dat, indien een ondernemingsraad aanwezig is, deze ook altijd geraadpleegd zal moeten worden in de aanpassing van de pensioenregeling.
Mag de werkgever afwijkende pensioentoezeggingen doen aan zijn personeel? De pensioentoezeggingen die een werkgever aan zijn personeel doet, dienen in beginsel gelijk te zijn. Onderscheid mag hooguit plaatsvinden naar functie. Zo mag er bijvoorbeeld voor binnendienstpersoneel een andere regeling gelden dan voor het buitendienstpersoneel. Is er sprake van afwijkende toezeggingen zonder dat hier een functioneel onderscheid aan ten grondslag ligt, dan zou een werknemer met een beroep op discriminatie kunnen eisen dat zijn regeling wordt aangepast aan die van zijn collega.
Wat zijn de gevolgen wanneer de regeling niet (tijdig) aangepast wordt? De “Witteveen”-aanpassingen dienen uiterlijk op 1 juni 2004 te zijn doorgevoerd. Is de regeling op die datum nog niet aangepast dan is er vanaf dat moment fiscaal gezien geen sprake meer van een pensioenregeling. Dat betekent dat de pensioenpremies als loon worden belast en een eventuele eigen bijdrage niet meer aftrekbaar is. Worden de pensioenpremies niettemin buiten de loonheffing gehouden c.q. blijft men de eigen bijdrage inhouden op het loon dan kan de fiscus de gehele pensioenaanspraak (ineens) belasten.
Zijn er op pensioengebied nog meer wijzigingen op komst? De pensioenwetgeving is zowel fiscaal als civielrechtelijk aan veel veranderingen onderhevig. Het einde is helaas dus niet in zicht. Zo bestaat het plan om de in 1999 geïntroduceerde opbouwpercentages te verlagen naar 2% (middelloon) en 1,75% (eindloon). Deze wijziging zou echter afhangen van de introductie van de levensloopregeling. Daar de bestaande pensioenen uiterlijk 1 juni 2004 Witteveenproof dient te zijn, is Dymas Adviesgroep van mening deze politieke discussie niet langer af te kunnen wachten.